9381492Ik ben een slecht verliezer! Althans, dat las ik vanmorgen in een opiniestuk van de hand van Leidsch Dagblad-journalist Frank Beijen. “CDA is de slechte verliezer” zo kopte de dagelijkse periodiek. Ik ben van die club dus daar kan je het weer mee doen. Bij slechte verliezers stel ik me types voor die ik zo af en toe op het voetbalveld tegen kom. Geen hand willen geven na een nederlaag, met tranen doorlopende oogjes zittend tegen de reclameborden al foeterend dat er een nederlaag is geleden. Soms zelfs stampvoetend als kleine jongetjes die in de speelgoedwinkel hun zin niet krijgen. Ik herken me daar niet echt in eigenlijk.

Voor iedereen die de draad nu al kwijt is, even terug in de tijd: Twee weken geleden waren de gemeenteraadsverkiezingen. Ik heb hier via dit blog regelmatig over bericht. Ik stond op plekkie 5 van het CDA. Op een verkiesbare plaats en dus het had zomaar kunnen gebeuren dat ik na 6 jaar afwezigheid mijn rentree in de Raad zou maken. Het CDA haalde bij de verkiezingen echter 4 zetels. Eenzelfde aantal als 4 jaar geleden maar helaas voor mij persoonlijk niet voldoende voor een raadszetel. Dat is jammer natuurlijk, maar gelukkig vergaat mijn wereld niet 😉 Het zal u wellicht niet ontgaan zijn dat de hoogmis der lokale democratie in Leiden gewonnen werd door D66. Een knappe prestatie trouwens. Gevolg is dat zij en niet wij aan de knoppen zitten als het gaat om het formeren van een nieuw college. Met een bewezen goede wethouder, een constructieve fractie tijdens de afgelopen 4 jaar en weinig echte RGL-achtige breekpunten, hadden wij gehoopt weer deel te mogen uitmaken van het college. Het zittende college werd immers door vriend en vijand geprezen, niet in de laatste plaats omdat er voor het eerst sinds de jaren ’70 geen personele wisselingen zijn geweest. Maar ook het beleid, zo concludeerde de Rekenkamercommissie onlangs, was consistent en goed. Robert Strijk (D66) en de zijnen maakten echter een andere keuze. Het CDA werd ingeruild voor de PvdA en dus pisten wij naast het spreekwoordelijke potje. Rot voor de partij, teleurstellend voor de raadsleden die de afgelopen 4 jaar mede de basis vormden voor het succes van het zittende college en bovenal triest dat een succesvolle wethouder in dit besluit zijn Waterloo vindt. Balen, balen en nog eens balen dus. De teleurstelling klonk kennelijk ook door in de reacties de Frank Beijen van het LD kreeg met het bovengenoemde opiniestuk als gevolg.

Echter, ik ga niet bij de pakken neer zitten en ga niet zitten kniezen in een hoekje. Ik ben dus geen slecht verliezer zoals Beijen in het LD suggereert. Tuurlijk, ik baal een stekker en had het liever anders gezien. De realiteit is echter anders en dus moeten we verder. Verder in de oppositie. Ik wens de collegepartijen succes met het onderhandelen en hoop dat het collegeprogramma een aardig stukje proza zal worden. Proza dat op goede punten onze steun kan krijgen. Want het gaat uiteindelijk om uw toekomst en de toekomst van de stad! Proza dat op slechte punten trouwens een kritisch tegengeluid hoort te krijgen en op hele slechte punten zelfs een verbaal gesterkt been. En dat laatste valt niet uit te sluiten natuurlijk bij het beoogde Lada-college. Lada-college? Een Lada is een auto en dus lijkt het heel wat. Als het echter harder dan 80 op de linkerbaan moet rijden dan valt het altijd een beetje tegen.