Leiden is de mooiste stad van de wereld. Leidenaar, Raadslid en historicus Joost Bleijie gaat op zoek naar de mooiste plekken in de stad en de mooiste verhalen die achter de Leidse plekken, personen, gebeurtenissen of producten schuil gaan. Uiteraard maakt hij een Selfie op deze plek. Deze keer in Selfie met….: Tieleman & Dros

Anders dan in steden als Eindhoven, mist Leiden een echte Captain of Industry. Waar Phillips een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van Eindhoven en Tata Steel (voormalige Hoogovens) dat heeft gedaan in de IJmond, is er in de recente geschiedenis van Leiden eigenlijk geen bedrijf geweest dat zo zwaar een stempel op de stad heeft kunnen drukken. In een verder verleden was dat met de textielnijverheid natuurlijk wel het geval. De textielnijverheid heeft Leiden in 16e en 17e eeuw gemaakt tot wat het nu is. Kijk alleen maar eens naar de straatnaambordjes in de binnenstad. Niet alleen straatnamen zoals de Vollersgracht en de Wolsteeg doen nog denken aan het rijke textielverleden van de stad, maar ook gebouwen als de Lakenhal en De Waag hebben er hun oorsprong. Heel veel mensen verdienden op een of andere manier hun inkomen met het Leidse Laken, dat wereldwijd bekend was. Dat is dus lang geleden.

Tieleman en Dros #1Toch is er een bedrijf geweest dat een aardige stempel op Leiden heeft weten te drukken in de 20e eeuw. In het oostelijk deel van het centrum was de conservenfabriek Tieleman en Dros gevestigd genoemd naar beide families die er decennialang de scepter hebben gezwaaid. In 1877 begonnen ze rondom de Middelstegracht een conservenfabriek. Zij waren niet de enige in de stad. Ook de toen gerenommeerde banketbakker Hoogstraten was begonnen met het produceren van soepen en sauzen. De zaak van Tieleman en Dros nam echter een enorme vlucht. Rond de eeuwwisseling werkten er ongeveer 300 mensen bij de conservenfabrikant. Vooral de arbeidersgezinnen die in de wijk rondom de fabriek woonden werkten mee. Bekend is het verhaal dat voor de deur van de arbeidershuisjes de bonen gedopt werden. De in de wijk wonende arbeiders hadden een hoog arbeidsethos en wilden dus graag werken. Voor de conservenfabrikant waren het gewaardeerde maar vooral goedkope krachten. De groente werd via het water uit de tuindersgebieden rondom Leiden gehaald, waarna ze dus vaak voor de deur werden schoongemaakt en ingeblikt. De blikken van Tieleman en Dros gingen via de scheepvaart mee in de richting van ‘de Oost’ ofwel de Nederlandse overzeese gebieden.

Tieleman en Dros #2In de wijk rondom de Middelstegracht was Tieleman en Dros een dominante factor. Het verhaal gaat dat je aan de kleur van de gracht kon zien wat er in de blikken ging. Was het groen dan waren het sperziebonen, was het rood dan was het rode kool. De afzet van groente uit blik werd in de 20e eeuw steeds groter. Groente uit blik werd steeds populairder. De groenten die in het blik gingen, werden gesteriliseerd en waren dus een stuk minder vatbaar voor infecties en ziekten. Ze waren ook langer houdbaar dan verse groente. Zo groeiden er, binnen en tot ver buiten Leiden, hele generaties op met de groenteblikken van de Leidse Tieleman en Dros. Mede vanwege het verdwijnen van de koloniën als afzetmarkt en vanwege de steeds verder toenemende vraag naar verse groente na de Tweede Wereldoorlog, zakte de afzet van Tieleman en Dros in. In 1955 ging het bedrijf failliet. Gebouwen werden gesloopt ten faveure van woningbouw. Sommigen werden vanwege het aanleggen van de ir. Driessenstraat gesloopt. Alleen het oude directiegebouw en het Ketelhuis staan nog overeind. De grachten, zoals de Middelstegracht, met het groene water zijn grotendeels gedempt. De rest leeft voort in verhalen.

bron afbeeldingen: Wikipedia en Lakenhal.nl