Leiden is de mooiste stad van de wereld. Leidenaar en historicus Joost Bleijie gaat op zoek naar de mooiste plekken in de stad en de mooiste verhalen die achter de Leidse plekken, personen, gebeurtenissen of producten schuil gaan. Uiteraard maakt hij een Selfie op deze plek. Deze keer in Selfie met….: De Groenhazengracht

31. GroenhazengrachtLeiden heeft een hele hoop mooie straatnamen. Eerder schreef ik al eens over de Mirakelsteeg, maar ook de Mooi Japiksteeg of de Diefsteeg, waar in het verleden de dieven doorheen liepen, zijn in mijn beleving pareltjes. Achter veel van deze namen gaat een mooi of bijzonder verhaal schuil. Of een ambacht zoals de Mandemakerssteeg, de Wolsteeg en de Vollersgracht. Ze zeggen allemaal iets over het rijke verleden van Leiden.

Een andere mooie naam is de Groenhazengracht. Vooral vanwege het verhaal dat er achter schuil gaat.  De Groenhazengracht was eeuwenlang de scheidslijn geweest tussen het Doelencomplex en het bewoonde gebied ten noorden een oosten ervan. In het Doelencomplex was de schutterij gelegerd. Zij verdedigde de stad en voerde oorlog. Je zou de schutterij kunnen vergelijken met de huidige Marechaussee. Of met de Mobiele Eenheid. Goed om te weten is dat oorlogsvoering in 15e, 16e en 17e eeuw seizoensgebonden was. In de zomer werd er oorlog gevoerd in de winter lagen de legers in de kazernes, waaronder dus in de Leidse Doelen. Omdat soldaten in de winter weinig te doen hadden, was het niet gek dat er in het gebied rondom de Doelen veel kroegen gevestigd waren. Soldaten die vaak ingehuurd waren en dus van elders kwamen, hadden een plek nodig waar wat te beleven viel en waar ze hun soldij konden uitgeven. Dat gebeurde dus veel in de kroegen rondom de Doelen. Naast kroegen vestigden zich in het gebied ook de nodige prostitués. Met zo veel mannen in de omgeving die ook nog eens ver van huis gelegerd waren, was er natuurlijk ook voor hen de nodige klandizie. De Groenhazengracht werd vanwege de aanwezigheid van de nodige prostitués ook wel de Leidse ‘Red Light District’ van Leiden. Het gebied werd ook wel Billenburch genoemd. Ongetwijfeld omdat er de nodige Leidenaren ‘met de billen bloot gingen’.

Prostitutie was in die tijd echter ook een seizoenarbeid. In de winter was er veel mannelijk aanbod, in de zomer een stuk minder. Dan lagen de soldaten immers vaak in het veld. Daarom moesten de dames zeden in de zomer iets anders doen om aan inkomsten te komen. Velen van hen trokken de stad uit om op het land te werken, bijvoorbeeld in de Bollenstreek. Daar konden ze dan een zakcentje mee verdienen als de ‘handel’ in Leiden stil lag. Een prostitué in Leiden heeft met deze nevenarbeid, naar het schijnt, zoveel geld verdiend dat ze een eigen huis kon kopen aan de Groenhazengracht. Niet zomaar een huis maar een reeds bestaand huis dat dienst deed als bordeel dat in eigendom was van een dame genaamd ‘Schele Trui’. De dame die het boordeel overnam stond bekend als ‘Groene Haze’ en dus werd de gracht bekend als ‘Schelu Truyden of Groen Hazen Gragt’. Dat verbasterde dus snel al tot Groenhazengracht. Veel prostituees werden vroeger Hazen of haasjes genoemd, vaak gekoppeld aan een uiterlijk kenmerk. Maar waar dat ‘Groen’ in de naam Groenhazengracht vandaan komt, is niet bekend. Wel is bekend dat de Groenhazengracht haar naam dus te danken heeft aan ‘het oudste beroep op aarde’, waar aan de gracht zelf overigens weinig meer van te zien is.