Leiden is de mooiste stad van de wereld. Leidenaar en historicus Joost Bleijie gaat op zoek naar de mooiste plekken in de stad en de mooiste verhalen die achter de Leidse plekken, personen, gebeurtenissen of producten schuil gaan. Uiteraard maakt hij een Selfie op deze plek. Deze keer in Selfie met….: Jean Pesijnhof

Jean Pesijnhof - bron: Visitleiden.nl

Jean Pesijnhof – bron: Visitleiden.nl

Voor wat het waard is: Leiden is hofjeshoofdstad van Nederland. Nergens in Nederland zijn zo veel hofjes te vinden als in Leiden. 35 welgeteld. Ze hebben toch altijd iets bijzonders die hofjes. Het zijn oasen van rust in een doorgaans drukke stad. Waar de Begijnhofjes in het zuiden vaak gesticht werden door de Katholieke Kerk, werden de noordelijke hofjes, waaronder ook die van Leiden, veelal gesticht door rijke stedelingen die kinderloos gebleven waren. Het Jean Pesijnhof aan het Pieterskerkplein is daar een voorbeeld van. Dit hof werd gesticht door de rijke Jean Pesijn en, zo valt op de steen boven de entree te lezen, “sijne huisvrouwe Marie De Lannoy.” Jean en Marie waren welgesteld maar kinderloos en wilden hun geld goed besteden. Een erfenis nalaten ging in hun geval niet. Omdat ze zelf van Waalse komaf waren, stichtten ze een hofje voor arme Waalse dames op leeftijd. De Pesijns wilden met het stichten van het hofje graag naast iets goeds doen voor de medemens, dat hun naam als weldoener tot in lengte van dagen bekend zou zijn in de stad. Dat is ze wel gelukt. Tevens wilden ze met deze goede daad een plekje in de hemel kopen. Of dat is gelukt….

Via en testament lieten Jean Pesijn en Marie De Lannoy vastleggen wie er in het hofje mochten wonen en welke vormen van preuven, liefdadigheid, zijn kregen. In veel Leidse hofjes was het gebruikelijk om de bewoners bier te geven. Daar zat wel een reden achter en dat was niet om de oude dames dronken te voeren. Water uit de stad was vaak van een te slechte kwaliteit om te drinken. De grachten waar het water vandaan kwam fungeerde namelijk ook als open riool. Water dat in bier gebruikt werd, kwam veelal uit de polders rondom Leiden en was dus een stuk schoner. Overigens was het alcoholpercentage in het bier van toen ook een stuk lager dan nu het geval is. Het was voor de oude dames in het Jean Pesijnhof dus veel ‘gezonder’ om bier in plaats van water te drinken.

Het hofje werd na de dood van de stichters bestuurd door een College van Regenten. Zij zagen er op toe dat het testament werd nageleefd, dat de bewoners er konden blijven wonen en dat de preuven die ze kregen ook door gingen. Niet zelden beheerden zij ook de financiële nalatenschap van de stichters. Dit College van Regenten was vaak onderdeel van wat we nu de baantjescarrousel zijn gaan noemen. Topposities in Leiden waren schaars en werden vaak bezet tot de dood. De Vroedschap, de voorloper van de gemeenteraad, was zo’n topfunctie in de stad. Daar kon je niet met vader en zoon in zitten. Om ervaring op te doen, maar ook omdat veel zonen in de wacht stonden voor een topfunctie, waren er allerlei ‘baantjes’ in de stad. Waaronder dus het College van Regenten van een hofje. Hun fraaie regentenkamer boven de ingang is vaak tijdens open Monumentendag nog te bewonderen. Sommige Colleges bestaan nog steeds. Oude dames wonen er al lang niet meer. Veel hofjes zijn door de tijd heen verbouwd en worden nu bewoond door starters of door studenten. Ze blijven wel een oase van rust en een overblijfsel uit een voor Leiden bijzondere tijd: de Gouden Eeuw.