Leiden is de mooiste stad van de wereld. Leidenaar, Raadslid en historicus Joost Bleijie gaat op zoek naar de mooiste plekken in de stad en de mooiste verhalen die achter de Leidse plekken, personen, gebeurtenissen of producten schuil gaan. Uiteraard maakt hij een Selfie op deze plek. Deze keer in Selfie met….: Lodewijkskerk

LodewijkskerkWie aan monumentale kerken in Leiden denkt, denkt vaak aan ‘de grote 3’: de Pieterskerk, de Hooglandse Kerk en de Marekerk. Die drie kerken vallen niet alleen qua omvang en historie op, maar tevens sieren deze monumentale kerken de Leidse skyline al bijna 4 eeuwen lang. Al worden er wel steeds meer wolkenkrabbers tussen gezet, maar toch. Naast ‘de grote 3’ heeft Leiden nog veel meer kerken binnen de stadsmuren waaronder de Lodewijkskerk aan het Steenschuur. Waar veel van oorsprong katholieke kerken na de Beeldenstorm in 1566 geleidelijk aan protestant werden, is de Lodewijkskerk altijd katholiek gebleven. Al zat er wel een lange tijd in de geschiedenis van de kerk dat de kerk geen kerk was maar een opslagplaats was voor het zogenaamde Leids fabricaat.

De oorsprong van de Lodewijkskerk gaat terug tot 1477. Toen ontstond er op deze plek een klein kappelletje met daarnaast een gasthuis ten behoeve van pelgrims die een pelgrimage of bedevaart naar Santiago de Compostella in Spanje maakten. Pas aan het eind van de 16e eeuw, vlak na het Ontzet van Leiden werd de toren van de kerk gebouwd. Niets deed nog denken aan Santiago de Compostella of aan de heilige Sint Jacob waar het gasthuis naar vernoemd was. Omdat het Katholicisme halverwege de 16e eeuw in onmin was geraakt in het steeds protestantser wordende Holland, ging het eigendom van de kerk na de Beeldenstorm in 1566 over naar het stadsbestuur. Naar verluidt was de Lodewijkskerk de plek waar op 3 oktober 1574 aan de hongerende Leidenaren haring en wittenbrood werd uitgedeeld. Niet in de Waag dus. Niet veel later werd het een opslagplaats voor Leids Laken. Het Leidse loodje, een kenmerk dat het Leidse Laken na een kwaliteitscontrole kreeg, werd in de Lodewijkskerk aan het Leidse Laken gehangen. In die tijd kreeg de kerk een nieuwe naam namelijk Saaihal. Saai is een oudhollands woord voor stof: lichte stof of wollen grein om precies te zijn.

lodewijkskerk kruitschipHet had niet veel gescheeld of de kerk en met name de toren van de kerk was er niet meer geweest. Toen in 1807 een schip gevuld met buskruit bijna voor de deur aanmeerde, was het bijna gedaan met de kerk. Zoals wellicht bekend vatte het schip op 12 januari 1807 vlam. Het schip ontplofte met een enorme ravage in de Leidse binnenstad als gevolg. Een deel van het Rapenburg waar het schip lag werd weggevaagd. Daar hebben we het Van der Werfpark aan overgehouden zo ook het Kamerlingh Onnesgebouw. Ook de kerk was bij de klap enorm beschadigd. Toenmalig koning Lodewijk Napoleon haastte zich naar Leiden om de schade op te nemen en om het achterland te mobiliseren om de stad te helpen bij het herstellen van deze enorme klap. Bakkers in Delft werden opgedragen broden te bakken voor de Leidenaren, Lodewijk stuurde zijn Hofchirug naar de stad om de gewonden te helpen en er werd een nationale inzamelingsactie gehouden die het voor die tijd astronomische bedrag van 2 miljoen gulden opbracht. Het leverde Koning Lodewijk niet alleen de bijnaam Lodewijk de Goede op, maar tevens werd de herstelde kerk naar hem genoemd. Of eigenlijk naar de beschermheilige van de koning namelijk Lodewijk de Heilige. Sinds die tijd heet de kerk ook de Lodewijkskerk. Mede dankzij de inspanningen van Koning Lodewijk bestaat de kerk nog steeds, en nog steeds is het een parel voor de stad.