9807427

9807427Er is maar één graadmeter of winkelgebieden toekomstbestendig zijn en dat is de kassalade van winkeliers zelf. Niet een onderzoekbureau van ver, niet een college met dadendrang, maar de consument bepaald of een winkel toekomst heeft. Ook al heb je een winkel op de maan, als de consument je weet te vinden, je producten koopt en bij je terugkomt, dan heeft je winkel toekomst. Zo simpel werkt onze economie. De Leidse realiteit is echter anders. Het college van B&W heeft met de regiogemeenten een regionale retailvisie geschreven waarin een aantal winkelgebieden bestempeld wordt als ‘niet toekomstvast’. De Leidse Herenstraat, de Van ’t Hoffstraat in de Professorenwijk en de Lammenschansweg kregen dit stempel. Het zal je toch gebeuren dat je een kapperszaak hebt in de Van ’t Hoffstraat, een beddenwinkel op de Lammenschansweg of een viswinkel op de Herenstraat en je jaarlijks een goede boterham kan verdienen aan je winkel, dat er een college komt dat je doodleuk vertelt dat je ‘niet toekomstvast bent’. Daar zit je dan met je zorgvuldig opgebouwde winkel met een ruime klantenkring. Dank voor de moeite en tot ziens.  Ik kan het maar moeilijk begrijpen. Het college, de koepelorganisaties, de regiogemeenten bepalen dat niet of je toekomstvast bent. De consument bepaalt dat.

Ja maar de gemeente sluit geen winkels, zo hoorde ik de wethouder op de radio in zijn verweer zeggen. Dat valt natuurlijk nog te bezien. Indirect doet de wethouder dat natuurlijk wel. Als je hard en herhaaldelijk blijft roepen dat winkels niet toekomstvast zijn, dan ontstaat er vanzelf een stigma natuurlijk. Banken kijken wel uit om kredieten te verlenen, consumenten worden huiverig en het is wachten totdat gemeentelijke dienstverlening wordt teruggeschroefd. Letterlijk sluiten nee, maar figuurlijk wel. En dat, nogmaals, terwijl winkelgebieden gewoon prima lopen, een belangrijke rol spelen in de wijken en er nauwelijks leegstand is. Heeft de wethouder niet met zijn binnenstedelijke bril van het funshoppen gekeken naar gebieden die in een dagelijkse behoefte voorzien? Is het over een kam scheren van de Herenstraat en de Haarlemmerstraat niet het vergelijken van appels met peren? En wat is er regionaal aan de Van ’t Hoffstraat of de Herenstraat? Waarom zou de gemeenteraad van Oegstgeest of Katwijk moeten bepalen over het toekomstig lot van deze typisch Leidse straten?

Toen ik studeerde kwam ik regelmatig op de Herenstraat en de Van ’t Hoffstraat en doe dat ondanks dat ik aan de andere kant van de stad woon nog  regelmatig. De winkels zijn bij uitstek winkels die haaks staan op het geweld van het ketenbedrijf of landelijke grootgrutters. Bij Slagerij Nozeman aan het Van ’t Hoffstraat krijg je een fatsoenlijke uitleg over een stukje vlees. De schappen bij AH praten niet terug. Bij Zirkzee op de Lammenschansweg krijg je bij het kopen van een bed een volledig op maat gemaakt advies. De webwinkel van IKEA doet dat niet. Bij Verfhuis Scheffer op de Herenstraat wordt er net zo lang verf gemengd totdat je de juiste kleur krijgt. Daar ben je geen nummer zoals bij een gemiddelde bouwmarkt. Er is in consumentenland een grote onderstroom aan mensen die graag service, maatwerk, kwaliteit en beleving wil hebben. Die gebieden, waar de Herenstraat, de Van ’t Hoffstraat en de Lammenschansweg bij uitstek voorbeelden van zijn, moeten we koesteren. Niet schrappen omdat ze ‘net toekomstvast zijn’.

Politiek dan: Binnenkort bespreken we in de Gemeenteraad de retailvisie. Van het CDA mag u dan ook verwachten dat we voorstellen indienen om de winkelstraten gewoon te behouden. Wat mijn partij betreft houden we ons als schoenmaker gewoon bij onze leest en bemoeien we ons niet met de toekomst van winkelgebieden. Dat bepaalt de consument zelf wel. En die bepaalt momenteel dat de Herenstraat, de Van ’t Hofstraat en de Lammenschansweg toekomst van zijn. Meer dan dat zelfs!